Opwekking in Nederland

Serie van drie artikelen in de UITDAGING

nummers 429, 430 en 431 2019/2020

 

Opwekking in Nederland, deel 1

 

Tekst: Esther Noordermeer

 

Dit is deel 1 in een reeks van 3 artikelen. Deel 1 verscheen voor het eerst in UITDAGING, nummer 429 (december 2019)

 

Opwekking. In principe geloven we erin. De jaarlijkse conferentie Opwekking en de gelijknamige liederenbundel getuigen daarvan. Of is het een dusdanig ingesleten begrip dat het aan betekenis heeft verloren? Wat houdt opwekking eigenlijk in? Spelen gelovigen hier een rol in of besluit de hemel dit soeverein? En stel dat het gebeurt, zijn we er dan klaar voor?

 

Als je aan een christen zou vragen of hij/zij een opwekking zou willen meemaken, denk ik dat de meesten dat bevestigend zouden beantwoorden. Opwekking klinkt positief. Dat willen we wel. Maar het zou ook kunnen dat, als God werkelijk een opwekking geeft, we er misschien niet klaar voor zijn en bij nader inzien Zijn vernieuwing niet willen?

 

Definitie

Opwekking is een algemeen woord voor een ‘wake-up’, een opleving of vernieuwing. Binnen de kerk heeft het de betekenis van geestelijke vernieuwing of herleving, een reveil. Elke gelovige maakt een aantal keer in zijn leven een persoonlijke vernieuwing mee. Denk aan bekering, doop, voor het eerst hardop bidden of een profetie uitspreken, een taak of bediening ontdekken. Veel christenen ervaren tijdens conferenties een aanraking van God of ervaren de kracht van de heilige Geest. Ze wijden zich opnieuw toe en gaan naar huis met nieuwe visie. Allemaal waardevolle zaken voor het individu, maar dat is geen opwekking. Opwekking betreft een grote groep gelovigen die samen dezelfde vernieuwing doormaakt. Opwekking is massaal en kent een bepaalde richting afhankelijk van wat God openbaart. Maar het is nóg groter. Opwekking begint bij gelovigen, maar de gevolgen zijn merkbaar in de maatschappij. Opwekking is geen interne ‘feel-good’ beweging of beleving. De impact ervan treft ook ongelovigen. Vergelijk het met een wereldkampioenschap voetbal. Als Nederland het goed doet, staat ons land op z’n kop en ook niet-voetbalfans ontgaat dat niet, ook al zullen ze hun schouders erover ophalen. Zoiets.

 

Kerk in crisis

Het tegenovergestelde van opwekking in een samenleving is een nationale depressie of crisis. Ook binnen de kerk spelen dergelijke processen. De leegloop van de kerk, teruglopende inkomsten, slecht bezochte diensten, bidstonden en Bijbelstudies, onbekendheid met vasten, verdeeldheid, gebrek aan belangstelling voor Gods Woord, het moeizaam mensen vinden voor het vervullen van taken, enz. Het zijn verschijnselen van een kerk in crisis. Een opwekking zou de kerk goed doen.

Een crisis is natuurlijk een zinvolle uitgangspositie voor een opwekking, misschien zelfs een noodzakelijk voorstadium ervan. Iets wat goed loopt, behoeft geen opwekking. Zo zien we het in de Bijbel -in deel 2 daarover meer-: er gaat meestal een crisis aan vooraf.

Misschien is het heftig om te stellen dat de kerk in Nederland in crisis is. Toch is het onder ogen zien daarvan het begin van verandering. En … er zijn lichtpuntjes. Kleine vernieuwingen doen zich voor binnen de kerk. Steeds meer gelovigen willen de Bijbel begrijpen in zijn originele context. Er is honger naar de Hebreeuwse wortels van het christelijk geloof. Cursussen Bijbels Hebreeuws en studies over de Bijbelse feesten getuigen hiervan. Steeds meer kerken wisselen Rome in voor Jeruzalem als het centrum van Gods heilsplan. Ook komt het vasten uit het vergetel hoekje. Er lijkt ook meer historisch bewustzijn: christenen willen de achtergrond weten van de christelijke cultuur. Hoe komt het dat we zijn wie we zijn en wat we doen? Welke historische feiten liggen daaraan ten grondslag? De kerk bevraagt zichzelf en hoe gezond is dat!

 

Lofprijs & aanbidding

Over het algemeen zien christenen twee factoren die bijdragen aan het tot stand komen van een opwekking: lofprijs & aanbidding en bidden & vasten. We leven in een tijd dat er nog nooit zulke mooie zang en muziek is geweest. Het aantal mensen dat in praisebands zingt en speelt, is aanzienlijk. Er is veel animo voor dit deel van het geloofsleven. De zangdienst heeft dan ook een behoorlijk aandeel in de hele liturgie. Vooral evangelische gemeenten hebben dan ook flink geïnvesteerd in goede geluidstechniek. Het niveau van ‘wat er ten gehore komt’ is hoog, soms zelfs professioneel. En er is een oneindig repertoire; de Opwekkingsbundel nummert al boven de 800. Deze situatie bestaat al vele jaren. Gelovigen worden aangeraakt tijdens een zangdienst, worshipavond of praiseconcert. De impact van lofprijs & aanbidding in persoonlijke levens is duidelijk. Zij versterkt in het bijzonder het individuele geloofsleven. En toch … lofprijs & aanbidding zal geen opwekking bewerkstelligen in de betekenis zoals hiervoor beschreven. Als lofprijs & aanbidding de kracht in zich had als drijvende motor te dienen voor een opwekking, dan had Nederland er allang een gehad. Lofprijs & aanbidding is veeleer het gevolg van een opwekking, niet de oorzaak. Na een opwekking zal lofprijs & aanbidding toenemen, maar lofprijs & aanbidding zelf is geen bewijs van een gepasseerde opwekking. Het is een ‘one-way’ redenering.

 

Bidden & vasten

Hoe zit het met bidden & vasten? Is dit ook een gevolg van opwekking en geen oorzaak? Mondiaal getuigt de kerk dat bidden altijd een rol heeft gespeeld in een uiteindelijke opwekking. Toch hebben gelovigen al een doorwerking van de Geest nodig om meer te bidden. Gods Geest wekt eerst op tot gebed. Zo kan een toename van gebed een symptoom zijn dat God Zijn volk aan het klaarmaken is voor opwekking. Wel denk ik dat God ons gaat leren om anders of gerichter te bidden. Niet als vuistvechters die in het rond slaan, maar als boogschieters die gerichte gebeden uitspreken die doel treffen. Illustrerend is de inname van het Beloofde Land. Tot drie maal toe zegt God dat zij niet moeten strijden tegen Edom, Moab en Ammon: “Ga niet de strijd aan met …” (Deut. 2:5,9,19). Maar als ze het land van de Amorieten naderen, zegt God: “Begin het in bezit te nemen en ga met hen de strijd aan” (vers 24b). God is selectief als het om strijden gaat: doe dit wel en dat niet.

Ik heb de indruk dat God zaken aan het openbaren is. Christenen worden zich meer bewust van hun taak als priester door plaatsvervangend schuld te belijden, zoals de priesters dat altijd deden. Gelovigen mogen pleiten voor hun voorgeslacht, hun nageslacht en het volk waartoe zij behoren. De fouten die zij hebben gemaakt, mogen wij benoemen en vergeving voor vragen. Ook de fouten die onze vroegere kerkleiders hebben gemaakt, mogen wij benoemen en herroepen. Daar waar wij uit voort zijn gekomen, beïnvloedt ons geloofsleven. Deze openbaring is nu nog klein, een rimpeling in het water, maar het zal een golf worden. Ik meen Gods hand hier in te zien. Ook het eerder genoemde vasten, dat intussen voor velen niet meer zo vreemd is, lijkt een tendens. Het zegt mij dat God Nederland niet vergeet. Is Hij ons aan het klaarmaken?

 

In deel 2, als we opwekking in de Bijbel gaan bestuderen, komen we twee factoren tegen die cruciaal zijn voor een opwekking. Wordt vervolgd …

Opwekking in Nederland, deel 2

 

Uitdaging 430. Dit is deel 2 in een reeks van 3 artikelen. Deel 1 is terug te lezen in Uitdaging 429, pagina 5.

 

Opwekking, we verlangen er wellicht naar. Hoe ziet een opwekking er uit, wat zijn de kenmerken ervan? En de voornaamste vraag: Wat is het doel van opwekking? Welke opwekkingen beschrijft de Bijbel? De antwoorden op deze vragen kunnen helpen onze koers te bepalen.

 

Eerst maar eens het doel van opwekking. Is het doel om ons land te zegenen opdat het beter met ons gaat? Of dat de kerk weer uit het slop komt; meer leden, meer activiteit. Gaat het erom dat we wonderen meemaken, dat zieken genezen? Al deze dingen zijn zeker van belang. God wil een land zegenen en Zijn kerk zou geen ondermaats bestaan moeten leiden. Wonderen en genezingen zijn Zijn specialiteit. Als God het niet kan, wie dan wel?

 

Het grote doel

Toch zijn deze zaken niet het doel van opwekking. Zegen en het herstel van de kerk zijn eerder gevolgen van een opwekking, terwijl wonderen meer een begeleidend verschijnsel zijn. Zij dienen het grote doel van opwekking: het herstel van Gods Naam. Dat Hij de plek in de samenleving krijgt die Hem toekomt. Dat Hij weer geëerd zal worden als de grote Bedenker, Architect en Gever van werkelijk álles. Als Schepper van het leven, als Wetgever, als Verlosser, als Voleinder van het heilsplan, als Rechter van deze aarde, enz... En in het kielzog van Zijn Naam volgt de naam van Zijn Zoon. In het NT wordt bij een Opwekking niet alleen de Naam van God hersteld, maar de Zoon krijgt de identiteit die hem toekomt, namelijk de Messias, de Christus, de Zoon van God.

Door een opwekking wordt God groter. En daar hebben wij baat bij, dat zegent ons. Als God en de Zoon op hun plek komen, komt de mens ook op zijn plek, komt het land tot zijn bestemming, komt Nederland tot zijn bestemming. Alle opwekkingen in de Bijbel dienen dit grote doel. Het herstel van de Naam van God in de samenleving. Opwekking is de weg waarlangs Gods Naam wordt hersteld. Wonderen zijn een middel om mensen te prikkelen van Hem te getuigen want wie kan zwijgen over wonderen? Zo wordt Gods Naam beleden.

 

Samaria en Nazareth

Het NT maakt melding van een paar opwekkingen. We lezen over een opwekking in Samaria. De oorzaak is een vrouw die haar mond niet kan houden over haar ontmoeting met Jezus. Veel Samaritanen geloven dat deze Jezus de verwachte Messias van de wereld is (Joh. 4:42). Zij erkennen de werkelijke identiteit van Jezus. In Nazareth gebeurt het omgekeerde, een soort anti-opwekking. Daar wordt Jezus verworpen. Hoe durfde Hij te beweren een profeet te zijn! Ze willen Hem zelfs van een klif afduwen (Luk. 4:29). Voor de inwoners van Nazareth was Hij gewoon de zoon van Jozef en meer niet (vs. 22).

Samaria en Nazareth liggen geografisch dicht bij elkaar, hun reactie op Jezus toont echter een wereld van verschil. Van Samaria leren we hoe één vrouw die getuigt, de hele plaatselijke gemeenschap enthousiasmeert voor Jezus. En Nazareth confronteert ons met de vraag: Wil je de identiteit van Jezus erkennen of niet? Of blijft Hij slechts de zoon van een timmerman?

 

Thessalonica en Berea

Weer twee plaatsen die dicht bij elkaar liggen. In beide plaatsen willen de Grieken wel aannemen dat Jezus de Christus is. Het zijn de Joden die verschillend reageren. In Thessalonica waren ze niet bereid de prediking van Paulus te spiegelen aan het Woord en in Berea deden ze dat wel: Hier waren ze vriendelijker dan in Tessalonica: ze aanvaardden hun prediking met alle bereidwilligheid en onderzochten dagelijks de Schriften of het inderdaad zo was (Hand. 17:11; WV).

Hoe verschillend gaan zij om met de prediking van Paulus. Paulus’ boodschap paste niet in het godsdienstige plaatje van de Joden in Thessalonica. Er was al een Joodse godsdienst en die mocht niet veranderen. Berea had dezelfde godsdienst en die kon wel veranderen. Als wij geconfronteerd worden met openbaring die strookt met het Woord van God, zijn wij dan van de school van Thessalonica of van Berea? Mag onze godsdienst veranderen of niet? Hier zien we dat de krachten die een opwekking tegenwerken, voortkomen uit de gevestigde godsdienst.

 

Efeze

De opwekking in Efeze is een mooi voorbeeld van een opwekking (Hand. 19). Na de prediking van Paulus komen zowel Joden als Grieken tot geloof en God doet veel wonderen. Veel gelovigen kwamen openlijk hun praktijken opbiechten. Nogal wat mensen die magie hadden bedreven, brachten hun boeken bijeen en verbrandden ze in het openbaar (vs. 18,19a: WV). Zie hier de reactie van de mensen volgend op de prediking. Ze belijden hun zonden en ruimen hun oude leven op. Het zijn normale consequenties van een bekering. In Efeze ondervinden zij vervolgens grote tegenstand, dit keer vanuit twee godsdiensten: het jodendom en heidendom (Artemiscultuur). Het zijn de gevestigde godsdiensten die de opwekking tegenwerken.

 

Twee cruciale factoren

Twee cruciale factoren bepalen het ‘succes’ van een opwekking, of deze al dan niet doorzet:

1.      de confrontatie met het Woord,

2.      de reactie van mensen daarop.

Mensen worden geconfronteerd met het Woord door de prediking van Johannes, Jezus, Paulus of andere apostel. Als de luisteraars massaal reageren door gehoorzaamheid aan dat Woord, dan is er sprake van een opwekking. Het Woord wordt zichtbaar, krijgt handen en voeten, zodra mensen het gaan toepassen. Als de confrontatie met het Woord niet gevolgd wordt door gehoorzaamheid eraan zal de Geest uitdoven. Een potentiële opwekking wordt dan in de kiem gesmoord.

 

Vernieuwing omarmen of afwijzen

Opwekking in het NT wordt altijd gevolgd door tegenstand vanuit godsdienstige hoek. Ongelovigen die nergens aan doen, hebben geen interesse om geestelijke vernieuwing tegen te werken, gevestigde godsdiensten wel. De essentie van een opwekking is dat er nieuwe openbaring is die tot dat moment verborgen is gebleven. Wat nieuw is, vraagt om verandering en aanpassing. En daar ligt de moeite met de reeds bestaande godsdienst. ‘Verandering? Doen we het verkeerd dan?’ Als de kerk de vernieuwing ervaart als een afwijzing van oude patronen, zal zij de vernieuwing niet omarmen, maar haar hakken in het zand zetten. Zo leiden vernieuwingen vaak tot scheuringen. Nieuwe wijn past niet in oude zakken. Daarom ontstaat er bij vernieuwing vaak een nieuwe stroming. Het kan niet anders. Veel later, als de nieuwe stroming gesetteld is en het gevoel van afwijzing naar de achtergrond is geraakt, druppelt de vernieuwing alsnog de gevestigde kerken binnen.

 

In deel 3 komt opwekking in het OT aan bod en wat wij daarvan kunnen leren. Wordt vervolgd …

Confrontatie met het Woord is dé sleutel tot opwekking. Er is geen andere weg.

 

Opwekking in Nederland, deel 3

 

Dit is het laatste deel in een reeks van 3 artikelen. Deel 1 en 2 zijn terug te lezen in UITDAGING 429 resp. 430, pagina 5.

 

Deel 1 bekeek opwekking vanuit de Nederlandse situatie, deel 2 vanuit het NT, in dit laatste deel is het OT aan de beurt.

 

Toen David koning was over Israël heeft hij de godsdienst ingericht. Hij was trouw aan God. Zijn zoon Salomo borduurt voort op het fundament van zijn vader en Israël beleeft een ‘gouden eeuw’. Deze periode laat een samenleving zien waarin opwekking heeft doorgewerkt. Sindsdien staat David model voor een rechtvaardige koning naar Gods hart. Maar de gouden eeuw gaat voorbij. Israël kon het niet vasthouden en na het koningschap van Salomo valt Israël uiteen.

Het noordrijk kent een geschiedenis van voortdurende geloofsafval. Geen van hun koningen dient de ware God. Het resulteert in de ballingschap (722 v. Chr.). Het zuidrijk kent minstens zo’n grote geloofsafval, alleen wordt dit onderbroken door een aantal goede koningen die aan de basis stonden van een opwekking. Deze opwekkingen herstellen deels de geloofsafval die eraan voorafgaat, maar hebben geen blijvend resultaat. De opwekking wordt afgebroken als de afval weer verdergaat. De gouden eeuw komt niet meer terug. Uiteindelijk gaat ook het zuidrijk in ballingschap (586 v. Chr.). Na de terugkeer uit de ballingschap begint opnieuw geloofsafval. Geloofsafval lijkt een automatisme. Een drietal opwekkingen in het OT zijn ontroerend. Die onder Josia (640 v. Chr.), Ezra (458 v. Chr.) en Nehemia (445 v. Chr.).

 

Josia

Josia werd koning in een tijd die het best te vergelijken is met de Middeleeuwen. Er was een godsdienst, maar zonder Geschrift. De invulling van de godsdienst was puur mensenwerk. Als Josia 26 jaar is, gebeurt er iets bijzonders. Tijdens een verbouwing aan de tempel wordt de originele Torarol van Mozes gevonden. Als Josia de wetstekst hoort, beseft hij dat ze er volkomen naast zitten. Menende God te dienen, dienen ze afgoden. Door de confrontatie met de Tora wordt hij zich daarvan bewust. Hij scheurt zijn kleren, huilt en vernedert zich. De hervormingen die volgen, bevestigen de blindheid van de gevoerde godsdienst. In de tempel stonden beelden gewijd aan Baäl, Asjera, zon, maan en sterren. Er waren zelfs kamertjes voor schandknapen! Er vond dus tempelprostitutie plaats naar het voorbeeld van de volken. Kinderen werden aan Moloch geofferd. De goden van de Sidoniërs, Moabieten en Ammonieten (Astarte, Kamos resp. Milkom) werden geëerd. Er waren dodenbezweerders en waarzeggers. De gevoerde godsdienst was een menging van vele afgoden en een klein stukje ware God. Dat heet syncretisme: het mengen godsdiensten. Je krijgt de indruk dat Josia oprecht dacht dat hij de ware God diende totdat de Torarol wordt voorgelezen. Josia laat de wetstekst ook aan het volk voorlezen. Ook het volk moet weten wat daarin staat om zich bewust te worden van wat er verkeerd gaat. Het verbond wordt vernieuwd door een grootschalig Pascha te vieren (2Kon.22-23 en 2Kron.34-35).

 

Ezra en Nehemia

Na de ballingschap vallen de Israëlieten opnieuw voor Kanaänitische vrouwen en hun leiders lopen hierin voorop (Ezra 9:2). Menig menghuwelijk werd gesloten. Dit keer is de Tora niet zoek. De priesterdienst functioneerde, Ezra was een toegewijd schriftgeleerde en had een kopie van de Tora in zijn bezit (zie Ezra 7:10,14). Als Ezra van de ontrouw hoort, komt zijn reactie overeen met die van koning Josia. Huilen, rouwen en een verootmoedigend gebed. Oprecht volk sluit zich aan en gaat luid huilen (Ezra 10:1). Ook nu beseffen de mensen dat Gods toorn op hen rust omdat zij Gods wet overtreden (Ezra 10:14). Zij proberen die toorn in de hervorming die volgt, af te wenden. Bij Ezra bestaat die uit 114 officiële echtscheidingen. Wat moeten wij daar toch van denken?

 

Nehemia 8 tot en met 10 is prachtig om te lezen. Het beschrijft heel mooi de elementen van een opwekking. Als de wet wordt onderwezen, moet het volk huilen (8:10). De mensen willen inzicht hebben en gaan erin studeren. Het verbond wordt vernieuwd, zonden worden beleden, ook die van de voorouders. Opnieuw is het geen blijvende opwekking. In hoofdstuk 13 moet Nehemia optreden tegen allerlei wantoestanden.

 

Rode draad

Zowel bij Josia als bij Ezra en Nehemia komt door het voorlezen van de wet zondebesef én besef van Gods toorn. Confrontatie met het Woord is de trigger. Er wordt schuld beleden en gehandeld volgens de wet om zodoende de toorn van God af te wenden. Verbondsvernieuwing en onderricht in de wet volgen. Je kunt zelfs stellen dat dát de opwekking is.

Hoe krachtig is het Woord als het gewoon wordt voorgelezen en uitgelegd. Het Woord is mans genoeg. In de tijd van Josia, Nehemia en Ezra werd de wet begrepen zonder een al te grote vertaalslag te hoeven maken. Wij leven in een andere tijd en cultuur. Een vertaalslag is nodig. Hoe krachtig zijn preken waarbij het Woord wordt gelezen en slechts wordt uitgelegd wat er staat en hoe dat is te vertalen naar nu -dat heet actualiseren-. Lezen, uitleggen en actualiseren. En dan verder lezen, tekst voor tekst, wandelen door het Woord en elk boek serieus nemen. Confrontatie met het Woord is dé sleutel tot opwekking. Er is geen andere weg.

 

De wederkomst

Opwekkingen hebben tijdelijke kracht. Het heeft de werking van zout, gaat het bederf tegen totdat het is uitgewerkt. Geloofsafval ligt zo voor de hand, daar lijkt geen kruid tegen opgewassen. De gouden eeuw kon het niet houden, de troon van David verviel. En toch … Jezus zal op de troon van David zitten en een blijvende gouden eeuw vestigen: het duizendjarig vrederijk. Jezus zal bij Zijn wederkomst rechtvaardig heersen in de lijn van David. Dan zal er een mondiale opwekking plaatsvinden die de wereld nog niet heeft gekend. Alle voorgaande opwekkingen waren slechts spieroefeningen. Ook al hadden zij impact in een land, mondiaal bezien was het ‘plaatselijk’. Jezus zal Gods Naam op heel de aarde vestigen. Was dit niet het doel van opwekking: het herstel van Gods Naam? En ook dan zal de Wet worden voorgelezen, zoals dat bij alle opwekkingen is gegaan. Lees Micha 4 verzen 1-4. Door Jezus’ terugkomst worden de mensen met het Woord en het oordeel geconfronteerd en daardoor volgt een mondiale opwekking.

 

Het is goed om te verlangen naar een opwekking in Nederland. Mocht het gebeuren, het zal niet blijvend zijn. Het zou hooguit het voorprogramma kunnen zijn van wat komende is: het mondiale Koningschap van Jezus. Dat zal de gouden eeuw die Israël destijds had, terugbrengen met een dikke plus. Deze gouden eeuw heeft namelijk kenmerken van de Hof van Eden: de Levensboom staat er, de leeuw eet weer gras en wapens worden landbouwattributen. Dit keer geen tijdelijke opwekking, maar minstens 1000 jaar!

Tekst: Esther Noordermeer/www.enoordermeer.nl/Foto: Pixabay.com

De Hemelse voedselbank, voedingslessen uit de Bijbel