Paragraaf 1.2 en 1.3

Vrij van de Wet?

1.2 Overlevingsstrategieën

 

Mensen hebben een sterke ‘drive’ om gevaarlijke en moeilijke omstandigheden te overleven. Ditzelfde principe doet zich voor bij gelovigen met betrekking tot dogma’s. Gelovigen houden zich vast aan het geloof dat hun is toevertrouwd en ook daarin vertonen zij een sterke overlevingsdrang. Een dogma geeft namelijk houvast en heeft daarom enorm veel kracht. De definitie van een dogma is een ‘vastomlijnde, aan geen discussie meer onderhevige leerstelling’, aldus de dikke Van Dale. Een dogma is een onveranderlijk geloofsstandpunt en verdraagt geen discussie. Een logisch gevolg van deze definitie is dat een dogma hetzelfde gezag heeft als schriftgezag.

Als we Van Dale even links laat liggen en nuchter naar een dogma kijken, kun je juist het omgekeerde stellen: Een dogma is per definitie een menselijke interpretatie van de Schrift en omdat de interpretatie menselijk is, is een dogma discutabel en veranderlijk. Het is maar hoe je het bekijkt. Maar vooralsnog gaan kerken niet zo met dogma’s om. Een dogma wordt verondersteld per definitie 100% Bijbelgetrouw te zijn. Dat betekent dat leringen die tegen het dogma ingaan altijd dwalingen zijn, want het dogma zelf kan geen dwaling zijn. We zullen dus altijd Bijbelteksten zodanig beredeneren dat ze binnen ons dogma vallen. Het is logisch dat we dit doen. Dogma’s geven houvast, geloofszekerheid. Ze kaderen onze overtuiging. Zaken die daar buiten vallen zijn bedreigend, doen ons geloof wankelen. Dat willen we niet, want wie begeeft zich nu graag op glad ijs? Wij willen dat het aan ons toevertrouwde geloof overleeft. Zodoende kennen wij twee strategieën die maken dat bedreigingen ten aanzien van onze vertrouwde dogma’s afdoende worden getackeld.

 

Eerste strategie: selectief Bijbelgebruik

Gelovigen vinden vrijwel allemaal dat de Schrift gezag heeft van kaft tot kaft maar bij tegenstrijdigheden kiezen zij wat hun het beste past. We gebruiken en lezen de Bijbelteksten die ons dogma steunen en andere teksten laten we maar liggen. Het is een soort struisvogelpolitiek. Wat we negeren, lijkt op een gegeven moment niet meer in de Bijbel te staan. We lezen niet alleen zelf selectief, ook preken en Bijbelstudies zijn selectief. De Bijbelteksten die tegen het dogma ingaan, blijven vaak onbesproken.

Een sprekend voorbeeld van selectief Bijbelgebruik zijn teksten met betrekking tot echtscheiding. Zelfs mensen die vinden dat het OT niet meer geldt, citeren toch de tekst uit Maleachi 2 vers 16 waarin staat dat God de echtscheiding haat. Echter, de geschiedenis inEzra 10 wordt nooit aangehaald. Veel christenen zullen daarom die geschiedenis niet eens kennen. In Ezra 10 wordt in opdracht van God overgegaan tot 157 echtscheidingen. 157 Huwelijken worden hier op aanwijzen van de profeet Ezra, die handelt in opdracht van God, verbroken. Zo wordt met betrekking tot dit onderwerp Maleachi wel aangehaald en Ezra nooit. Maleachi en Ezra zijn beiden oudtestamentisch, maar Maleachi steunt het dogma, Ezra niet.

 

Tweede strategie: trechterredenering

Trechterredenering is een tweede manier om ons dogma in stand te houden. In de zojuist genoemde duidelijke woorden van Jezus (Matt.5:17-19) staat de deur toch nog op een kier om het dogma overeind te houden. Jezus zegt hier namelijk dat Hij de wet komt vervullen. Aha! Dus … als de wet vervuld is, dan geldt hij niet meer. Gelukkig, ons dogma is weer veilig! Ja, dat scheelde niet veel maar gelukkig kan alles gewoon bij het oude blijven. Ik noem deze wijze van redeneren trechterredenering. We doen het allemaal. Je zou kunnen zeggen dat trechterredenering een soort geloofsreflex is.

Door trechterredenering overleeft ons dogma
Door trechterredenering overleeft ons dogma

We zijn mensen die Bijbelteksten naar ons dogma toe redeneren.

 

Een bekend voorbeeld van trechterredenering is: ‘maar dat is oudtestamentisch, in het NT is alles anders’. Deze opmerking wordt te pas en te onpas gebruikt, vooral als geschiedenissen en handelingen van God in het OT te moeilijk of te confronterend zijn. We schudden dat lastige gevoel met een dergelijke redenering van ons af. Daarmee blokkeren we ons denkproces en komen we er niet toe om nog onderwezente worden door onbegrepen oudtestamentische Bijbelgedeelten.

 

 

1.3 Gevolgen van een dogma

 

Stel dat de Bijbel zichzelf echt tegenspreekt. Ik schreef eerder dat tegenstrijdigheden bij dieper begrip en studie wel verenigbaar zijn en dus schijnbare tegenstellingen zijn. Maar stel dat de controverse echt is, dat Paulus echt tegen de woorden van Jezus ingaat? Het feit dat Paulus ook wel eens zichzelf tegenspreekt, zou verklaard kunnen worden door de persoonlijke ontwikkeling van Paulus. Hij verandert van mening in de loop van zijn geestelijke ontwikkeling. Paulus was 100% mens. Het zou kunnen dat hij in het begin van zijn bediening nog hechtte aan de Tora en naarmate hij langer christen was de Tora steeds losser ging laten. Soms schrijft Paulus dat hij zijn mening geeft (1Cor.7:25) en meningen zijn sowieso vatbaar voor verandering. Dus we begrijpen Jezus goed, we begrijpen Paulus goed en die twee matchen niet. Dan is het op z’n minst vreemd dat we als kerk massaal gekozen hebben voor de uitleg van Paulus. Heeft Paulus soms meer gezag dan Christus? U kunt mij toch niet kwalijk nemen dat, als ik moet kiezen tussen Paulus en Jezus, ik voor Jezus kies. Als ik later voor de troon van God verantwoorden moet waarom ik wie heb geloofd, zeg ik liever: ‘Ik heb geprobeerd te leven naar de woorden van Uw Zoon Jezus en ik heb Paulus’ woorden maar laten rusten’, dan dat ik moet zeggen: ‘Ik heb naar Paulus geluisterd en de woorden van Jezus maar laten rusten’.

Toch moet ik bovenstaande redenering omtrent Paulus’ ontwikkeling van tafel vegen. Je ziet bij Paulus geen ontwikkeling dat zijn eerste brieven nog Tora gebonden zijn en zijn latere brieven minder. Je ziet juist dat die tegenstellingen in een en dezelfde brief voorkomen. Deze overtuiging van wisselende mening wringt ook met het volledige schriftgezag. Welk gedeelte van Paulus’ ontwikkeling moet ik serieus nemen? Wat moet ik überhaupt met Paulus als hij voorgaande zienswijzen herroept en daarna anders gaat preken? Had hij dan wel in de Bijbel moeten komen? Ik denk dat we Paulus volledig serieus moeten nemen, dat hij zichzelf niet herroept en dat hij op terechte gronden in de Bijbel is gekomen. We begrijpen hem alleen verkeerd.

 

Dogma dwingt tot oneigenlijk gedrag

Ik schreef al in de inleiding dat steeds meer christenen uit allerlei gezindten belangstelling hebben voor de Tora. Zij zullen dit alleen niet openlijk belijden, maar die belangstelling voor zichzelf houden. Indien er sprake is van een echte innerlijke overtuiging om de Tora praktisch te willen toepassen, zorgt het dogma ervoor dat zij dit op stiekeme wijze gaan invullen. Toraliefhebbers moeten manoeuvreren tussen acceptatie van hun gelovige ‘peergroup’ en de eigen overtuiging. Iets dergelijks doet zich ook voor bij dominees die de overtuiging hebben opgedaan dat de volwassen doop een Bijbelse doop is. Vanwege het dogma van de kinderdoop en de consequenties die een openlijke belijdenis met zich meebrengt, zal een dergelijke dominee zijn overtuiging voor zich houden. Dogma dwingt in feite oneigenlijk gedrag af. Je moet wel heel sterk zijn om voor je eigen mening uit te komen, vervolgens de weerstand van kritiek te dragen en binnen je gezindte te blijven kerken.

Dat brengt mij ertoe om ook iets te zeggen over de persoonlijke motivatie van een gelovige om een dogmatisch standpunt in te nemen. Soms is de motivatie zuiver. De gelovige heeft dan de oprechte overtuiging dat het dogma Bijbels is. Ongeacht of het dogma werkelijk Bijbels is of niet, is deze houding zeer te respecteren. Maar bewust of onbewust kunnen gelovigen ook een dogma aanhangen vanwege sociale druk. Als het dogma de enige uitleg is waarbinnen de geloofsgroep elkaar accepteert, hoor je er niet bij als je anders gelooft. Voor leidinggevenden komt daar nog een facet bij. Niet geaccepteerd worden is tot daar aan toe, maar je aanstelling verliezen is erger. Of wat dacht u ervan om als dwaalleraar te boek te staan? Soms kan ook maatschappelijke druk ervoor zorgen dat een kerk een veilig dogma kiest. Als het dogma maatschappelijk is geaccepteerd, hoef je geen vervolging te verwachten. Dat is wel zo prettig. Al met al zijn er dus zuivere en onzuivere motieven om een dogma aan te hangen.

 

Ik heb de volle overtuiging dat de Tora niet voor een select gezelschap is, maar voor iedereen. Niet alleen voor de Joden, niet alleen voor messiaanse gemeenten, ook niet alleen voor alle gelovigen maar de Tora is voor alle mensen. Voor Joden en heidenen, gelovigen en ongelovigen, voor werkelijk iedereen.

 

Vrees God, en houd u aan Zijn geboden, want dit geldt voor alle mensen. (Pred.12:13)

 

Toch betreft mijn persoonlijke motivatie vooral het lichaam van Christus, want de kerk gaat mij zeer aan het hart. Daarom schrijf ik. Voor sommigen zal ik met dit boek een luis in de pels zijn, voor anderen misschien wel een dwaalleraar. Voor weer anderen zal dit boek een feest van herkenning zijn. Ik schrijf voor hen allemaal. Ik geef te veel om mijn broeders en zusters om te zwijgen, want ik wil …

 

samen verder.

       Stevige kost 1

Vrij van de Wet?, een dogma onder vuur

     Vrij van de Wet?

De Hemelse voedselbank, voedingslessen uit de Bijbel

         De hemelse

         voedselbank