Onderstaande tekst is een aanvullende gedachten op het boek Vrij van de wet? Mogelijk wordt dit in een volgende druk toegevoegd.

Het apostelconvent van de 21ste eeuw

 

De vier bepalingen

De uitslag van het apostelconvent betreft vier bepalingen die in een brief worden rondgestuurd. Op drie plaatsen in het boek Handelingen worden zij in één adem genoemd: a. tijdens de vergadering, b. in een brief en c. terugkijkend op de vergadering. Telkens zit daar een kleine aanwijzing bij. Laat ik eerst uit de brief citeren.

 

Want het heeft de Heilige Geest en ons goed gedacht u verder geen last op te leggen dan deze noodzakelijke dingen: dat u zich onthoudt van afgodenoffers, van bloed, van het verstikte en van hoererij. Als u zich ver van deze dingen houdt, zult u juist handelen. Vaarwel. (Hand.15:28-29)

 

In ieder geval wordt duidelijk dat de vier bepalingen noodzakelijke dingen betreffen. Een paar verzen ervoor worden ze in de vergadering voor het eerst opgesomd (vs.20). Dan staat er ook een aanwijzing direct achter:

 

Want Mozes heeft van alle tijden af in elke stad mensen die hem prediken, want hij wordt elke sabbat in de synagogen voorgelezen. (Hand.15:21)

 

Het lijkt alsof de vergadering gerust wordt gesteld. De Tora, hier Mozes genoemd, krijgt wekelijks aandacht. Zou bedoeld worden dat naast de vier bepalingen, de rest van de Tora vanzelf aan bod komt als het standaard leesrooster van de synagoge zich voltrekt?  De vier bepalingen worden voor de derde keer opgesomd in Handelingen 21 en opnieuw met een aanwijzing.

 

Neem die bij u, reinig u samen met hen en betaal voor hen de kosten van de offers, zodat zij zich het hoofd kunnen laten scheren en allen kunnen weten dat er niets van waar is van wat er over u verteld is, maar dat u zo wandelt dat u ook zelf de wet in acht neemt. Maar wat de heidenen betreft die geloven, hebben wij geschreven en goedgevonden dat zij niets dergelijks in acht hoeven te nemen, behalve dat zij zich moeten wachten voor de afgodenoffers, door bloed, voor het verstikte en voor ontucht. (Hand.21:24-25)

 

Dit gedeelte laat iets van de context zien van de vier bepalingen. Paulus en zijn mannen reinigen zich door een offer te brengen en hun hoofd te scheren. Het betrof een vrijwillig offer in verband met gedane beloften. Het betrof geen verzoenend offer vanwege zonde. Ook voor Paulus was het duidelijk dat Christus het volmaakte offer voor de zonde is. Dit waren offers van een andere aard, offers als onderdeel van een reinigingsvoorschrift. Dergelijke dingen hoeven de heidenen dus niet te doen.

Het zijn summiere aanwijzingen, maar niet onbelangrijk en ten minste komen we ergens. Ik concludeer het volgende. De Tora zal jaarlijks voorgelezen worden aan de heidenen zodat zij hierin vanzelf onderricht worden. Nu moeten zij in ieder geval het noodzakelijke doen, te weten de vier bepalingen. Om zich te reinigen hoeven zij geen offers te brengen, het hoofd te scheren en dergelijke, waarbij ik concludeer dat de reinigingsvoorschriften van de Tora in ieder geval niet voor de heidenen gelden.

Er zijn dus vier voorschriften waar de heidenen zich in ieder geval aan moeten houden. Ik, als heiden, heb best wel wat vragen over de uitkomst van het apostelconvent. De bepalingen lijken mij zo willekeurig. Waarom nu juist deze vier? Als ik het apostelconvent serieus wil nemen, komen de volgende vragen vanzelf bovendrijven:

1.     Vervangen de vier bepalingen de gehele Tora?

2.     Zijn de vier bepalingen in de plaats gekomen van de besnijdenis?

3.     Zijn de vier bepalingen het restant van de reinigingsvoorschriften?

4.     Zijn de vier bepalingen een voorwaarde om als heiden de synagoge te mogen bezoeken?

5.     Zijn de vier bepalingen voorwaarden om deel te nemen aan het avondmaal?

 

Geen onlogische vragen voor een heiden. Het zijn vragen die niet gemakkelijk zijn te beantwoorden. Wat zou een pasklaar antwoord fijn zijn, echter de term zoektocht past hier beter.

 

 

Zoektocht naar hun betekenis

Voor ons lijken de vier bepalingen nogal willekeurig, zo uit de lucht gegrepen. Natuurlijk is dat niet zo, maar op mij, als westerse christen, komt het wel zo over. Waarom toch deze vier, terwijl er zoveel andere zijn?

 

Vervangen de vier bepalingen de besnijdenis?

Dit is geen vreemde gedachte, want de besnijdenis is namelijk de aanleiding voor de hele vergadering. Dit is het geschilpunt waarmee Paulus en Barnabas naar de apostelen worden gestuurd (Hand.15:1-2). De besnijdenis was de minimale voorwaarde om God te kunnen naderen. Als besnedene kon je binnen de omheining van de tabernakel komen en later in de tempel. Onbesnedenen kwamen niet verder dan de voorhof van de tabernakel of de muur (soreg) van de tempel. De besnijdenis is altijd het uiterlijke teken geweest dat je bij het volk van God hoorde (Gen.17:14). Als besnedene kon je tot God naderen. Een heiden die zich tot het Jodendom bekeerde, maakte dat duidelijk door de proselietendoop en de besnijdenis. Nadat een heiden deze uiterlijke handelingen had ondergaan, werd hij een proseliet. Zo iemand werd opgenomen in de Joodse gemeenschap. Zo iemand mocht de tempel binnen, voorbij de afscheidingsmuur (soreg) voor de heidenen. Hij at van de offers en kreeg onderricht in de Tora (Ex.12:48). Hij was geen bijwoner meer, maar een huisgenoot. Geadopteerd, opgenomen in het huisgezin van Israel.

Toch was besnijdenis alleen niet voldoende om tot God te naderen. Voorafgaand aan bepaalde feesten waarbij werd geofferd, moesten de besnedenen ook rein zijn. Daarom waren er reinigingsvoorschriften om tot God te naderen. De reinigingsvoorschriften kwamen bovenop de voorwaarde om besneden te zijn.

De vergadering besluit overduidelijk dat de besnijdenis niet nodig is. De lichamelijke besnijdenis wordt vervangen door de besnijdenis van het hart, de bekering (paragraaf 10.2). De discussie verlegt zich naar de aanvullende voorwaarden om tot God te naderen. Als besnijdenis niet nodig is, hoe zit het dan met de reinigingsvoorschriften? Maar ook die behoeven de heidenen niet op te volgen. Dat zagen we zojuist in Handelingen 21:24-25.

Probeer eens in de huid van een Jood te kruipen. Zij hebben altijd bepaalde plichten moeten vervullen om tot God te kunnen naderen en de heidenen hoeven nergens aan te voldoen! De Joden moeten zich reinigen en de heidenen kunnen zo op hun vieze laarzen naar God? Heeft God soms twee gezichten? Hoeven de heidenen dan echt nergens aan te voldoen?

 

Is de HEERE alleen voor de Joden een heilige God, terwijl Diezelfde God voor de heidenen een vriendje is?

 

Dat kan toch niet waar zijn! Wacht, … er waren toch vier punten waar de apostelen het over eens werden. Wat betekenen die toch?

 

Vervangen de vier bepalingen de hele Tora?

Terug naar de heidenen. De Tora telt vele bepalingen, 613 om precies te zijn. Als context en cultuur niet worden meegenomen en deze vier punten zijn de enige die van de Tora nog resten, dan is het voor mij abracadabra. Enig begrip over de zingeving van deze vier bepalingen is ver te zoeken. Ik begrijp dat ik geen bloed en verstikt vlees mag eten, maar wel onrein vlees. Mag ik trouwens wel liegen, want dat staat er niet bij? Ik mag geen ontucht plegen. Dat is duidelijk. Maar mag ik wel een bank beroven? Een verbod op inbreken staat er ook niet bij. Zou misdaad dan toch kunnen lonen?

Ik chargeer hier natuurlijk, maar als je de vier bepalingen werkelijk ziet als het enige wat is overgebleven van de hele Tora, dan is het niet vreemd wat ik schrijf. Het is duidelijk dat bij deze redenering elke logica ontbreekt. Daarom kan deze optie niet de juiste zijn. De interpretatie dat deze vier bepalingen de gehele Tora vervangen, moeten we echt wegstrepen.

 

Kerkgeschiedenis

Ik kan echter niet ontkennen dat veel gelovigen door de eeuwen heen wel zo met de uitslag van het apostelconvent zijn omgegaan. Aan de apostolische brief wordt moedig vastgehouden als vaandel en bewijs dat de rest van de Tora voor de heidenen ongeldig is. En zelfs de vier resterende regels zijn door de kerk niet echt serieus genomen. Ik heb nog nooit een prediker of dominee zijn gemeenteleden horen waarschuwen voor wild, wat meestal verstikt vlees is. Ook over bloedworst of producten die in het verleden met bloed werden gekleurd, heb ik in geen Bijbelstudie ooit iets horen zeggen. Je zou dit nog op onwetendheid kunnen schuiven, maar waar bleef dan het onderzoek naar deze zaken? En zou halalvlees misschien onder afgodenvlees vallen? Als de vier bepalingen werkelijk voor de christenen gelden, dan zou er op z’n minst onderzoek gedaan moeten worden naar en discussie moeten zijn over wat er tegenwoordig onder het verstikte en offervlees wordt verstaan. Niets van dit alles. Al zouden de vier bepalingen het enige zijn waar de heidenen zich aan hoeven te houden, dan hebben de heidenen zelfs dat kleine restant nog met een korrel zout genomen.

 

De uitslag van het apostelconvent is door de kerk niet echt serieus genomen.

 

En … ik begrijp dat wel. De nonchalance waarmee westerse christenen met de vier bepalingen zijn omgegaan en nog steeds omgaan, komt volgens mij door het feit dat wij er de zin niet van in zien. Ze zeggen ons zo weinig. Ergens in ons achterhoofd hebben we het vermoeden dat de bepalingen cultuurgebonden zijn. We vermoeden dat ze niet op ons slaan, maar dat ze te maken hebben met de cultuur van de eerste gemeenten. We voelen ons daarom niet persoonlijk aangesproken. Ik ga een heel eind met deze gedachtegang mee, want volgens mij moeten we het antwoord in deze richting zoeken.

 

 

Culturele zonden gecorrigeerd

Natuurlijk komen de vier bepalingen niet zomaar uit de lucht vallen. Ze zijn precies de juiste. Ze leggen de vinger op de gevoelige plek. Daar schuurde het. De Griekse cultuur kende vele gewoonten die niet als zonden werden gelabeld omdat Gods wet onbekend was. Binnen de Griekse wetgeving was het allemaal prima. Ik introduceer hier het begrip culturele zonden. Het zijn gebruiken die in de cultuur zitten ingebakken, door iedereen worden bedreven en als normaal worden beschouwd. Je zou het ook maatschappelijke zonden kunnen noemen, zonden die verbonden zijn met het reilen en zeilen van de maatschappij.

 

Culturele zonden zijn blinde vlekken  op het netvlies van de gelovigen.

 

Griekse mannen hadden omgang met tempelprostituees om daarmee voorspoed af te dwingen voor hun werk en gezin. Ook bezocht de Griek diensten waarin hun afgoden werden aanbeden. Daarbij werd geofferd, vlees gegeten en een soort avondmaal gehouden. Paulus verwijst naar deze afgodische maaltijd en noemt die de tafel van de demonen:

 

U kunt niet de drinkbeker van de Heere drinken en de drinkbeker van de demonen. U kunt niet deelhebben aan de tafel van de Heere én aan de tafel van de demonen. (1Kor.10:21)

 

De vier genoemde punten van het apostelconvent zijn juist heel relevant. Op die punten gingen de gelovige heidenen massaal mank zonder zich schuldig of zondig te voelen. Het zijn zondige gewoonten die tevens cultuurgoed zijn. Alleen in Gods licht is te zien dat het zonden zijn. Er is als het ware openbaring nodig om deze gewoonten te herkennen als zonden.

 

De vier bepalingen zijn het antwoord op de belangrijkste culturele zonden van de Griekse cultuur. Het zijn actiepunten!

 

De tot geloof gekomen heidenen moeten zich hier van bekeren.

Als u is geleerd dat zonden zonden zijn, in de zin dat alles even zwaar weegt, is u een on-bijbels concept aangeleerd. Alle zonden scheiden ons van God en moeten vergeven worden. Daarin zit een gemene deler, maar er is wel degelijk onderscheid in zonden wat betreft hun impact. Dit gegeven is in alle maatschappelijke rechtssystemen terug te vinden. Er zijn zware misdaden en lichte misdaden. Daarom zijn er zware straffen en lichte straffen. Zo zijn er ook zonden van verschillend gewicht. De vier actiepunten zijn beslist niet de enige zonden van de Griekse beschaving geweest, maar wel zonden met de grootste impact. Ze waren zeer schadelijk en moesten per direct aangepakt worden.

 

Het avondmaal

Zonden lichten extra op als je deelneemt aan het avondmaal van de Heere. Zonden zijn altijd schadelijk, maar ze zijn schadelijker als je deelneemt aan het avondmaal.

 

Want wie op onwaardige wijze eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelf een oordeel, omdat hij het lichaam van de Heere niet onderscheidt. Daarom zijn er onder u veel zwakken en zieken, en velen zijn ontslapen. (1Kor.11:29-30)

 

Je kunt als toerist een dienst bijwonen en alles van een afstandje bekijken, maar zodra je deelneemt aan het avondmaal heb je deel aan de Heer Jezus zelf. Je komt dan in de cirkel van de Heilige. Misbruik kan ons schaden, daarom is waarschuwen op zijn plaats. De vier bepalingen zijn in ieder geval ook bedoeld als voorwaarden om deel te hebben aan de tafel van de Heere. Om aan het avondmaal te kunnen deelnemen, moeten de heidenen echt afzien van deze culturele zonden.De voorwaarden die de apostelen aan de heidenen stellen, beschermen hen juist om niet door Gods heiligheid geschaad te worden. Het getuigt van herderlijke zorg voor de kudde.

 

Het 2e apostelconvent

Ik kom terug op de waarneming dat wij ons persoonlijk niet voelen aangesproken door de vier bepalingen. Het zal nu duidelijk zijn dat dit alles heeft te maken met het feit dat onze maatschappij zijn eigen culturele zonden heeft en dat zijn andere dan die van de eerste gemeenten. Elke tijd en cultuur kent zijn eigen maatschappelijke zonden. Christenen bezoeken over ’t algemeen geen moskee waarin zij zich voor Allah neerbuigen. Ze gaan niet naar een satanskerk of bezoeken een andere enge sekte. Ook over het bezoeken van een hoer of andere vormen van overspel en ontucht is geen openbaring nodig. Het gebeurt wel, maar het is juist geëtiketteerd en gelabeld als zonde. Toch zou, naar aanleiding van de apostolische brief, onthouding van bloedworst en verstikt wild een normale christelijke keus zijn.

Stel dat er opnieuw een vergadering zou zijn in Jeruzalem. Maar nu is niet de Griekse cultuur van toen het onderwerp van discussie, maar de westerse cultuur van nu. Welke bepalingen zouden er voor ons uitrollen? Welke verkeerde elementen uit onze westerse cultuur heeft het christendom omarmd?  Zouden er in de christelijke cultuur maatschappelijke zonden verankerd zitten? Kortom:

 

Wat zouden de apostelen ons schrijven als het christendom van nu werd geanalyseerd?

 

Ik wil voorzichtig drie dingen opperen? Drie dingen waarvan ik vermoed dat de apostelen daarover zouden vallen:

1.     Onze cultuur is welvarend. De pijlers van onze welvaart is niet alleen het feit dat we naar verhouding hard werken. Er is een andere kant. Onze welvaart is voor een goed deel te verklaren omdat producten tegen bodemprijzen zijn te verkrijgen vanwege de lage lonen elders op aarde. Er ligt kinderarbeid, onderdrukking en/of onderbetaling aan ten grondslag. Dit is tevens de basis van onze wegwerpcultuur. We stropen aanbiedingen in de supermarkt af, zijn altijd op zoek naar het goedkoopste en … we vinden dat heel normaal. Christenen zijn in dit opzicht geen bewustere consumenten dan ongelovigen en laten zich hierin ook niet duidelijker horen dan ongelovigen. Ik denk dat apostelen ons hierover zouden schrijven. Ik pak even de pen van de apostelen. Zouden ze het wellicht zo verwoorden? “U loopt stad en land af om uw voorraadschuren te vullen met spullen die uw verre broeder heeft geproduceerd zonder dat hij daarvan zijn kinderen te eten kan geven. En u zegt bij uzelf ‘Als ik niet koop, hebben ze helemaal niets’. Zo sust u uw geweten.”

2.     Een volgend punt is de algemene acceptatie binnen christelijke kringen ten aanzien van het dragen van sensuele en uitdagende kleding. Wie over diepe decolletés en veel te korte minirokjes valt, is ouderwets en niet meer van deze tijd. Zouden de apostelen hier een mening over hebben? Ik denk van wel.

3.     Als derde punt wil ik een christelijke gewoonte noemen dat amper of geen Bijbelse basis heeft: ons kerstfeest. Het kerstverhaal zelf is natuurlijk terug te vinden in de Bijbel, maar daarmee is alles gezegd. De datum, de gebruiken en het idee dit überhaupt te vieren, daarvan is niets terug te vinden in de Bijbel. De datum komt uit een afgodencultuur, die van de zonne-aanbidding. Het is het zonnewendingsfeest en daarom valt het rond de kortste dag. Het kerstfeest heeft een duidelijke buiten-Bijbelse oorsprong en  eigenlijk weet iedereen dat. Zowel gelovigen als ongelovigen weten dat Christus niet is geboren op 25 december. Desondanks wordt het toch gevierd omdat het … juist, omdat het zit ingebakken in onze cultuur.

 

De Grieken hadden ten tijde van het apostelconvent vier noodzakelijke bepalingen nodig. Hoelang is ons lijstje? Er is lef voor nodig om je eigen cultuur te laten beschijnen door de lamp van God. De Heilige Geest zal u zelf overtuigen van het noodzakelijke. Zo wordt het apostelconvent alsnog actueel. Het is een oproep de eigen cultuur te onderzoeken op de ergste misstanden die het naderen tot God in de weg staan.

       Stevige kost 1

Vrij van de Wet?, een dogma onder vuur

     Vrij van de Wet?

De Hemelse voedselbank, voedingslessen uit de Bijbel

         De hemelse

         voedselbank