Melk of vast voedsel

 

Elke gelovige maakt vanaf de bekering een geestelijke ontwikkeling door. Ieder legt een geestelijk parcours af in een bepaalde richting en met een bepaalde snelheid. Na vele jaren ben je in de gelegenheid om terug te kijken naar de weg die achter je ligt. Als aanloop op dit Bijbelstudiewerkboek is het goed om in uw eigen leven eens om te kijken. Hoe was de weg? Ben ik gegroeid? En hoe kwam die groei tot stand?

 

Voedsel zoeken

Toen ik als jongeling tot geloof kwam, had ik honger, … veel honger. Ik ging naar Bijbelstudies, conferenties, koffiebaravonden, jeugdavonden en hoorde wekelijks een preek. Echter, het aantal studies dat werkelijk impact heeft gehad op mijn geestelijk leven is minimaal geweest. Ik hoorde telkens ‘het bekende’. God als Schepper van alle dingen, Jezus als Verlosser, bekering, doop, eeuwig leven, enz. Deze dingen geloofde ik allang, ik wilde meer. Preken, Bijbelstudies, koffiebarpraatjes, jongerenavonden, het kon mijn honger niet stillen. Pas veel later heb ik begrepen hoe dit kwam.

 

Ik kreeg voornamelijk melk terwijl ik behoefte had aan vast voedsel.

 

Intussen ben ik gegroeid in het geloof omdat ik toch vast voedsel heb gevonden. De eerlijkheid gebiedt mij te melden dat ik dit voedsel met name buiten de kerkmuren vond. Boeken en conferenties hebben meer bijgedragen aan mijn geestelijke groei dan wat ik aan voedsel binnen mijn kerk kreeg. Maar het allerbelangrijkste wat mij heeft doen groeien, is de eigen omgang met God. In die stille tijd nemen Bijbellezen en daarover studeren een prominente plaats in. Daardoor ben ik gegroeid.

 

Andere tijden

De tijden zijn intussen wel veranderd. Het aanbod is toegenomen en het nivo van de prediking en Bijbelstudie is, in ieder geval binnen evangelische kringen, verbeterd. Er zijn veel meer goede boeken verkrijgbaar en op internet is veel te vinden. Ondervoeding is in principe niet nodig. Er is genoeg. Dat zou betekenen dat het voor gelovigen nu makkelijker is om te groeien in hun geloof. “Hoera, een kerk die vol zit met volwassen christenen die de melk voorbij zijn!”, zou je denken. Is dat zo? Is de toewijding, het geestelijk leven van gelovigen verbeterd nu er zoveel voedsel is? Ik betwijfel dit. Er is misschien wel meer voedsel beschikbaar, maar de vraag is of gelovigen dit kunnen benutten. Bijbelstudie-avonden worden over het algemeen niet zo goed bezocht. Dat is de ervaring van veel kerken en gemeenten. Zou dat kunnen omdat de mensen geen zin hebben in weer een glas melk terwijl zij aan vast voedsel toe zijn? Of is er meer aan de hand?

 

Onderscheidend vermogen

Onze tijd kent in feite een ander probleem. Er is geen gebrek aan beschikbare kennis, de kennis ligt juist op straat en daarbij liggen gedegen onderwijs en pulp door elkaar. Gelovigen moeten leren schiften. Daarvoor is onderscheidend vermogen nodig. Dat kan alleen maar door kennis van het Woord te hebben die verder gaat dan ‘the basics’ .

 

Maar voor de volwassenen is er het vaste voedsel, voor hen die hun zintuigen door het gebruik ervan geoefend hebben om te kunnen onderscheiden tussen goed en kwaad. (Hebr.5:14)

 

Er komt zoveel op ons af. Hoeveel te meer is tegenwoordig vast voedsel noodzakelijk. Vast voedsel ontvang je door goede Bijbelstudies. Preken die gericht zijn op bekering is melk, geschikt voor ongelovigen en jong gelovigen, maar daarna moet je vast voedsel krijgen.

 

Honger

Ondervoeding. Het komt niet enkel en alleen door het aanbod van relatief veel melk en weinig vaste kost. Er speelt nog iets. Ik neem een tendens waar. Er zijn gelovigen die niet willen groeien. Er is geen behoefte om verder te komen. Er lijkt geen honger te zijn. De constatering verschuift dus van ‘er is weinig geestelijke groei’ naar ‘er lijkt geen honger te zijn’. Ik ben ervan overtuigd dat de basis van geestelijke groei, geestelijke honger is.

 

De basis van geestelijke groei is intrinsieke honger.

 

Het ontbreken van honger wordt versterkt door de overtuiging dat God ons accepteert zoals we zijn, dat we vrij zijn en geen verplichtingen naar God toe hebben. Dus waarom zouden we ons druk maken? Laat ik het scherp stellen. Je hoeft helemaal niks. Je hoeft niet te bidden, je hoeft (je) niet te (laten) dopen, je hoeft niet te getuigen, je hoeft geen Bijbel te lezen, je hoeft niet deel te nemen aan het avondmaal, je hoeft niet tot eer van God te zingen, je hoeft niet naar de kerk te gaan, je hoeft niet te vasten, enz. Maar, als je niets doet, blijf je wel in groep één zitten. Dan zul je niet groeien.

 

Wel of geen honger

Waarom heeft de een wel honger naar vast voedsel en de ander niet? Waarom wil de ene gelovige meer en de ander vindt het allemaal wel best? Ik weet het niet. Mogelijk spelen onderstaande punten een rol:

   Natuurlijk is de volgende vraag basaal: “Ben ik werkelijk tot geloof gekomen?” Als je helemaal geen honger hebt naar de inhoud van Gods Woord, wil je God dan wel beter leren kennen? Als je niet het verlangen hebt God beter te leren kennen, ben je dan wel tot geloof gekomen? Het zijn logische vragen.

       Wellicht is er geen honger omdat men niet weet dat er meer is. Er is een warm-koud buffet, maar jij denkt dat er alleen brood is. Alles lijkt één rechte weg, maar er is om de hoek zoveel meer. Als je om de hoek kon kijken, zou je honger krijgen.

   Misschien heeft dit ermee te maken. Door te veel en te lang melk te consumeren, wordt een mens slaperig, vadsig en lui. Misschien is gebrek aan geestelijke honger wel het effect van een overdosis melk.

     Daarnaast waarschuwt het Woord tegen materiële overvloed en welvaart. Die zijn beslist een risico voor het geloofsleven.

     Ook is onze samenleving snel. We willen graag instant oplossingen. De McDonald’s generatie houdt niet van wachten. Voor Bijbelstudie moet je graven, overdenken en weer verder graven. Dat kost tijd en concentratie. Het lijkt niet te passen in onze huidige cultuur.

   Dan zijn er stromingen die prediken dat als de heilige Geest je leidt, Bijbelkennis niet nodig is. Zij die niet geleid worden door de heilige Geest hebben, bij gebrek aan beter, kennis nodig van het Woord. Voor sommigen is dit misschien een bizarre gedachte, maar ik moet deze toch noemen, want dit speelt wel. Evenals de volgende gedachte.

  Als je maar vaak genoeg te horen hebt gekregen dat Bijbelkennis opgeblazen maakt, zoals de farizeeërs dat waren, dan kijk je wel uit je te verdiepen in de Bijbel. Dan blijf je veilig bij de ‘basics’, want niemand wil als farizeeër door het leven gaan.

 

Dit waren zeven punten die mogelijk de oorzaak zijn voor het ontbreken van geestelijke honger. Ongeacht welke factoren het gebrek aan honger hebben veroorzaakt, het effect is ondervoeding.

 

Hongerloosheid leidt tot ondervoeding, wat zich kenmerkt door  gebrek aan onderscheidend vermogen.

 

Melk versus vast voedsel

De Hebreeënschrijver heeft het probleem van ondervoeding ook onderkend.

 

Want hoewel u, gelet op de tijd, leraars zou moeten zijn, hebt u weer iemand nodig die u onderwijst in de grondbeginselen van de woorden van God. U bent geworden als mensen die melk nodig hebben en niet vast voedsel. (Hebr.5:12)

 

Het betreft gelovigen die al langer meelopen. Opvallend is dat er staat ‘u bent geworden’. Het blijkt dat zulk soort gelovigen ontstaan in de loop van de tijd. Het is echter de bedoeling dat gelovigen groeien, eerst van melk, daarna van vast voedsel. Bekeerlingen moeten discipelen worden, jonggelovigen volwassenen en kinderen vaders en moeders in het geloof. Zoals mensen zich in het maatschappelijke leven ontwikkelen, zo hoort een gelovige zich in het geestelijke leven te ontwikkelen. De reis gaat verder.

 

Aanbod

Daarom zou elke kerk duidelijke programma’s moeten hebben om de schapen toe te rusten. Als een kerk gebruik maakt van cursussen buiten de deur, moet daar duidelijkheid over zijn. Niet alleen moeten daar de programma’s zijn, ook de toegankelijkheid moet duidelijk zijn. Tot wie kan men zich wenden? Waar kunnen hongerige schaapjes hun voedsel halen als zij de melk voorbij zijn?

We hebben vast voedsel nodig om te leren onderscheiden tussen goed en kwaad. Ik hoop dat de kerk haar taak verstaat en naast melk ook volop vast voedsel aanbiedt.

 

Laten wij daarom het eerste onderwijs met betrekking tot Christus laten rusten, en doorgaan tot de volmaaktheid, zonder opnieuw het fundament te leggen van bekering van dode werken en van geloof in God, van de leer van de dopen, van de handoplegging, van de opstanding van de doden en van het eeuwig oordeel. (Hebr.6:1-2)

 

 

Blijf niet hangen bij de basis. De reis gaat verder.

De Hemelse voedselbank, voedingslessen uit de Bijbel