Wel of geen opname

Bron: Commons.wikimedia.org

Naarmate de tijd vordert en de wereld in beroering is, zal er meer over de Wederkomst van Christus gesproken worden en zal dit thema ‘de opname’ telkens weer ter sprake komen.

 

Pallet aan visies

De opname is binnen evangelische kringen altijd een punt van veel discussie geweest. Met de opname wordt over het algemeen bedoeld dat de gemeente van Jezus Christus voor een bepaalde periode in de hemel wordt opgenomen. Over het moment van opname zijn verschillende visies. De ene groep meent dat de gemeente voor de grote verdrukking wordt opgenomen. Een oude film Als een dief in de nacht, maar ook een recentere film uit 2000 Left behind, zijn hierop gebaseerd. De andere visie meent dat de opname plaatsvindt na de grote verdrukking. Een andere visie zegt dat er wel een opname is, maar die is heel kort; alleen om de Heer in de lucht tegemoet te gaan en dan direct weer terug naar de aarde.

 

De grote verdrukking

Aan de opname vast, zit de discussie over het begrip ‘grote verdrukking’. Hierover is de verwarring nog groter. De een meent dat deze al heeft plaatsgehad in het jaar 70. Toen is Jeruzalem verwoest en zijn zeer veel Joden omgekomen. Anderen bedoelen met de grote verdrukking een mondiale, zware vervolging van gelovigen. Weer anderen bedoelen met de grote verdrukking de oordelen die God over de aarde gaat brengen.

Ik ga in deze meditatie geen stelling innemen. Ik vind alle genoemde zienswijzen plausibel. Voor elk is gewoon wat te zeggen.

 

Open minded-ness

De visie over ‘de opname’ heeft al veel gelovigen uit elkaar gedreven en geleid tot ruzie. Juist daar wil ik op in gaan.

 

Gelovigen nemen snel stelling in, waarbij ze de visie van hun tegenstander nogal eens ridiculiseren.

 

De enige discussie die overblijft, is het over en weer roepen van eindconclusies; een wellis-nietis discussie die weinig inhoudelijk is.

Mijn omgang met het Woord is door de jaren heen veranderd. In plaats van eindconclusies uit het Woord te filteren, bevraag ik de Bijbel. Denken is een proces. Eindconclusies kunnen altijd weer worden herzien. Door het bevragen van het Woord ontwikkelt mijn denken zich verder en op basis daarvan kan ik voorgaande conclusies herzien. Als je samen het Woord bevraagt en accepteert dat het antwoord variabel kan zijn, blijf je open naar elkaar. Deze houding bindt samen in plaats van dat het scheiding brengt. Dan is er nog steeds discussie, maar anders. Niet door het roepen van eindconclusies, maar door inhoudelijke vragen te stellen en samen het Woord te bevragen.

 

De grote verdrukking: vervolging of Godsoordeel?

Dan nu een korte gedachte over de grote verdrukking. Verdrukking en benauwdheid zijn in de Bijbel synoniem. Een mens ervaart verdrukking en die kan uit verschillende hoeken komen. De Bijbel kent duidelijk onderscheid tussen verdrukking vanuit het rijk der duisternis of verdrukking die God veroorzaakt. De verdrukking van satan noemen wij vervolging. Doet God het, dan is het een Godsoordeel. Satan vervolgt, God oordeelt. Beiden ervaren de mensen als verdrukking of benauwdheid, maar ze verschillen wezenlijk. Vanaf de zondeval tot op de dag van vandaag worden Gods kinderen vervolgd. Soms is daar uitredding, soms niet. De vervolgde kerk kan dit beamen. De boze vervolgt met name de rechtvaardige. Zijn doel is het frustreren of vernietigen van Gods plan. Gods oordelen zijn daarentegen gericht tegen de onrechtvaardige, terwijl Hij juist de rechtvaardige wil ontzien.

 

Voorbeelden van bewaring

Denk aan Noach. Hij was veilig in de ark toen het oordeel van God over de aarde ging. Denk ook aan Lot. Hij mag Sodom ontvluchten voordat Sodom wordt verwoest. Ook de tien plagen die Egypte treffen, komen niet voor in de streek Gosen, waar de Israëlieten wonen. Denk ook aan het verhaal in Num.16 waar God Korach en zijn aanhang straft. Alvorens de aarde zich opent, waarin Korach en de zijnen wegzinken, krijgt het volk de opdracht weg te trekken van zijn tent. Dan pas zakt plaatselijk de aarde in en alleen Korach en de zijnen komen om.

 

In al deze voorbeelden is er bewaring voor de rechtvaardige tijdens Gods oordeel.

 

De rechtvaardige moet wel zelf in actie komen en daar blijven of naartoe gaan waar ontkoming is.

 

Wie doet wat?

Richt satan met zijn vervolging zich op de rechtvaardige, God richt Zich met Zijn oordeel op de onrechtvaardige. Satan wil door te vervolgen Gods plan verijdelen, Gods wil door te oordelen Zijn plan redden. Concrete vragen ten aanzien van de grote verdrukking zijn:

  • Slaat het op de verwoesting van de 2e tempel in het jaar 70?
  • Of slaat het op het luid briesen van satan met een intensiteit die heftiger en wereldomvattender is dan voorheen?
  • Of is de grote verdrukking een wereldwijd Godsoordeel?

 

Bewaring door opname?

Stel dat de grote verdrukking slaat op het mondiale oordeel van God. Dan is het logisch dat er bewaring is voor hen die God niet wil treffen. Een opname zou een manier kunnen zijn waarop bewaring gestalte krijgt, maar in de genoemde voorbeelden van Noach, Lot enz.. ging het anders. Ze bleven wel bewaard voor het oordeel, maar bleven op aarde. Bewaring zonder opname.

Anderzijds komt opname in de hemel wel voor in de Bijbel. Henoch en Elia maken dit werkelijk mee. Elia wordt opgenomen in de hemel als zijn persoonlijke missie op aarde voorbij is. Uit het apocriefe boek Henoch weten we dat Henoch met een speciale reden wordt opgenomen en niet zomaar voor de lol. Beiden sterven niet, maar worden met een natuurlijk lichaam, zoals jij en ik dat hebben, opgenomen. De opname van Jezus is anders van aard. Hij wordt met een verheerlijkt lichaam opgenomen. Dan beschrijft Paulus in 2Kor.12 een privé-ervaring. Hij is in de 3e hemel geweest. Hij noemt dit het paradijs. Paulus weet alleen niet meer of hij daar met of zonder natuurlijk lichaam is geweest. Paulus mocht even een blik in de hemel werpen zonder daar te mogen blijven.

Een opname behoort beslist tot Gods mogelijkheden. Hij kan Zijn kinderen op die manier bewaren, maar het hoeft niet.

 

Het oordeel begint bij … Gods huis

Er staat een opvallende tekst in de Bijbel over het oordeel van God, namelijk dat God begint met het oordelen van Zijn Eigen huis.

 

Want nu is de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God;(1Petr.4:17)

 

Petrus zegt dit naar aanleiding van een tekst uit Jeremia (Jer.25:29). Zo wordt het NT altijd weer verbonden met het OT. Op het moment dat God Zijn Eigen huis oordeelt, zijn die Eigen kinderen ongehoorzaam en onrechtvaardig. Zij negeren Gods wet en doen aan afgoderij. Gods Eigen huis wordt dus bewoond met rechtvaardigen en onrechtvaardigen door elkaar. Bij Israël zie je dat heel duidelijk. Er is altijd een deel dat God wil gehoorzamen en een deel dat ronduit aan afgoderij doet. Maar ook de nieuw testamentische gemeente ontkomt hier niet aan. In de apostolische brieven wordt voldoende gewaarschuwd tegen verkeerde leringen en verkeerde mensen in ons midden. In de brieven aan de zeven gemeenten in het boek Openbaring waarschuwt Jezus voor de leer van Bileam, de leer van de Nikolaieten en de leer ven Izebel. Van de gemeente Sardis deugt het merendeel niet. Er staat:

 

U hebt in Sardis enkele personen die zich niet bevlekt hebben, en zij zullen met Mij wandelen in witte kleren, omdat zij het waard zijn. (Openb.3:4)

 

Wat een bizarre gedachte dat het merendeel van deze gemeente niet deugt!

 

Rechtvaardig en onrechtvaardig zit dus ook in de gemeente van Jezus Christus door elkaar.

 

Je kunt de begrippen rechtvaardige en onrechtvaardige dus niet één op één te vertalen met Israëliet tegenover heiden, gelovige tegenover ongelovige of christen tegenover niet-christen. Dat is gewoon te simpel.

 

Een reine bruid

God begint met het oordelen van de onrechtvaardigen in Zijn huis, omdat daar Zijn eerste belang ligt. Hij wil Zijn huis reinigen en klaarstomen voor de toekomst. Zijn huis moet een reine bruid worden, want er komt een bruiloft aan met een hemelse Bruidegom. Daarom begint het oordeel van God bij Zijn huis.

De volgende vragen zijn dus veel belangrijker dan de vraag of en zo ja, wanneer er een opname is:

  • Heb ik anderen onrecht aangedaan?
  • Zijn er zonden waar ik me van bewust ben, maar die ik niet beleden heb aan God? Ben ik nalatig hierin, omdat ik denk dat God het toch wel begrijpt?
  • En dan het moeilijkste. Als ik mijn naaste onrecht heb aangedaan, heb ik dan vergeving aan mijn naaste gevraagd, ongeacht of deze wel of niet gelooft? Vergeving vragen aan onze naaste is veel moeilijker dan onze zonden belijden aan God. Voor deze stap moet onze trots opzij.
  • En ja, … uw man of vrouw is ook uw naaste. Zijn er nog openstaande rekeningen? Is het in orde tussen jou en je man of vrouw? Moet je nog iets belijden aan hem of haar wat je tot nu toe hebt nagelaten?

Als het om de wederkomst, het oordeel van God en een eventuele opname gaat, dan zijn dit cruciale vragen. Kortom: Ben je klaar voor Zijn komst??

De Hemelse voedselbank, voedingslessen uit de Bijbel